Ik ben Lente, 6 jaar en ik leef in de tussenwereld.
Het is een fantasiewereld, maar eigenlijk ook weer niet.
Ik noem het ‘de kleine wereld’. Daar waar alles heel stilletjes op te merken is.
Niet iedereen kan deze wereld zien, maar heel soms ontmoet ik iemand die dit ook kan.
Als onze energie elkaar vindt ontstaat er een chemie die in de sterren te zien is.
Een baken van licht die als een magneet fungeert om nog meer deuren te openen van deze kleine wereld.
Samen zien we dan meer en ervaren de tussenwereld in dit leven nog dieper.
Taal verdwijnt langzaam en het gebied achter onze ogen fungeert dan als een scherm waarop we de informatie delen.
Deze informatie sijpelt door naar onze handen, onze stem en recht onze ruggengraat opdat we de energie goed kunnen ontvangen en door kunnen geven aan de aarde en elkaar.
Als ik me in de tussenwereld bevind ben ik vrij en is er geen tijd.
Maar de lijnen van de realiteit zoals de oudere mensen dit vaak noemen trekken me dan weer terug.
Zij, de in leeftijd oudere mensen, denken dat ik te veel aan het spelen ben en niet begrijp waar ik me in te ontwikkelen heb en willen dit sturen.
Maar ook al ben ik pas 6 in dit mensenleven, eigenlijk ben ik veel ouder en weet ik méér dan zij kunnen geloven.
Het voelt soms raar dat dit niet te zien is, dat ik niet te zien ben.
Maar misschien is dit wel een reden waarom ik hier ben.
Ik ben ouder dan velen en heb de tussenwereld als mijn thuis.
Nu ik dit schrijf sijpelt er energie door mijn systeem.
Ik kijk naar beneden en mijn ogen vallen op de toetsen ‘home’ F11 en ‘end’ F12.
Wanneer ik de chemie met iemand of een dier ben verloren in deze ‘kleine wereld’ voel ik de behoefte aan die F12.
Maar de tussenwereld trekt me altijd weer naar F11 en spreekt tot me met al haar elementen, zodat ze me opnieuw in mijn diepere dieptes raakt.
Later na mijn 6e levensjaar zal ik rondom mijn 14e veel moeite ervaren met het bestaan als mens en begin ik onbewust hardop te zeggen dat ik naar huis wil.
Het leven leert me vallen en opstaan en in dit vallen en opstaan leer ik de tussenwereld steeds meer kennen, mijn thuis.
En in deze tussenwereld is het AL.
Daar begint en eindigt alles en tussendoor dansen de energieën als golven.
Ze ontstaan, reageren, vormen zich, koppelen zich los, vermenigvuldigen en brengen werelden tot leven.
Ook die van mij.
Maar niet iedereen kan die zien.
Op dit moment ben ik even alleen, in deze tussenwereld.
Ik voel daar de zaadjes uitkomen, zich voeden, naar het licht reikend.
Om vanuit de tussenwereld, deze ‘kleine wereld’, de menselijke realiteit in te komen groeien.
Ermee te verweven en de schoonheid te tonen die alles in zich draagt.
Het voorjaar brengt de werelden heel even samen, de sluier wordt dunner.
Het AL mag zich laten zien op manieren die tot ons hart spreekt.
Even zien ze wat ik zie en zien ze mij: Lente.
Dan voel ik me verbonden.




